- Home
- Nieuws
- Provincie Zuid-Holland: We moeten van goede bedoelingen naar realisatie in de woningbouw
Provincie Zuid-Holland: We moeten van goede bedoelingen naar realisatie in de woningbouw
De woningnood oplossen draait allang niet meer alleen om méér bouwen. Volgens gedeputeerde Anne Koning van de provincie Zuid-Holland zit de echte uitdaging inmiddels vooral in het slimmer organiseren van processen, samenwerking en besluitvorming. Niet omdat plannen ontbreken, maar omdat woningbouwprojecten in de praktijk nog te vaak vastlopen in vertraging, versnippering en partijen die langs elkaar heen werken.
“Het grootste risico is dat we wel zeggen dat we de woningnood willen oplossen, maar dat niet doen omdat we onvoldoende samenwerken en niet de juiste technieken inzetten.”

Binnen Zuid-Holland, verantwoordelijk voor bijna een kwart van de totale woningbouwproductie van Nederland, ziet Koning dagelijks hoe groot de druk op woningbouw inmiddels is geworden. Juist daarom kijkt de provincie steeds nadrukkelijker naar digitalisering, data en werkmethodieken zoals BIM, als hulpmiddel om woningbouwprojecten sneller, slimmer en beter uitvoerbaar te maken.
Wij zorgen dat er gebouwd kan worden
Tijdens het gesprek maakt Koning direct een belangrijk onderscheid duidelijk over de rol van de provincie binnen de woningbouwopgave.
Binnen volkshuisvesting opereert de provincie Zuid-Holland vooral als regisserende en faciliterende partij tussen gemeenten, ontwikkelaars, corporaties en marktpartijen. De provincie realiseert zelf geen woningbouwprojecten, maar probeert processen te versnellen en samenwerking te verbeteren.
“Wij zorgen dat er gebouwd kan worden en we vragen na of het goede gebouwd wordt.”
Volgens Koning wordt de rol van de provincie regelmatig verkeerd geïnterpreteerd alsof de provincie zelf woningen ontwikkelt of bouwmethodieken rechtstreeks oplegt aan marktpartijen. In werkelijkheid ligt de focus veel meer op het creëren van voorwaarden waardoor projecten daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.
“Wij zijn zowel aan het aanjagen, als aan het helpen, als aan het reguleren.”
Die rol wordt steeds belangrijker nu woningbouwprojecten onder druk staan van lange procedures, capaciteitsproblemen en complexe besluitvorming.
.png)
Van tien jaar naar vijf jaar
Volgens Koning zit één van de grootste uitdagingen in de totale doorlooptijd van woningbouwprojecten.
“De tijd tussen idee en sleuteloverdracht kan makkelijk tien jaar zijn. Dat is zonde.”
Om die doorlooptijd te verkorten zet de provincie sterk in op zogenoemd parallel plannen. Daarbij worden verschillende fases van woningbouwontwikkeling niet meer volledig na elkaar uitgevoerd, maar zoveel mogelijk gelijktijdig georganiseerd.
“Nu kijken we eerst waar gebouwd mag worden, daarna naar mobiliteit, daarna natuur, daarna financiën. Alles zit achter elkaar.” Juist die opeenvolging van processen zorgt volgens haar voor enorme vertragingen.
“Als we van tien jaar naar vijf jaar kunnen gaan, is dat al enorme winst.”
Digitalisering speelt daarin volgens haar een belangrijke ondersteunende rol. Niet alleen binnen ontwerp en uitvoering, maar juist ook in samenwerking en informatievoorziening.
“BIM zie ik als een werkmethodiek die kan helpen om faalkosten te verminderen, dezelfde taal te spreken en slimmer samen te werken.”
We praten soms nog langs elkaar heen
Toch ziet Koning dat de grootste uitdaging niet puur technisch is. “Het blijft mensenwerk.” Volgens haar kunnen technieken processen versnellen, maar alleen wanneer partijen dezelfde informatie gebruiken, elkaar begrijpen en bereid zijn daadwerkelijk samen te werken.
Hoewel BIM, AI en datagedreven werken zich snel ontwikkelen, merkt zij dat organisaties in de praktijk nog regelmatig langs elkaar heen werken.
“Als de gemeente denkt dat de schop in februari de grond in gaat, maar de bouwer zegt dat eerst nog drie dingen opgelost moeten worden, dan werk je langs elkaar heen.”
Volgens Koning zit daar precies de meerwaarde van betere informatie-uitwisseling en gedeelde data. Binnen Zuid-Holland wordt daarom gewerkt met zogenoemde publiek private monitors en regionale versnellingstafels, waarin overheden en marktpartijen gezamenlijk inzicht delen in woningbouwprojecten, voortgang en knelpunten. In totaal gaat het daarbij om circa 2.300 woningbouwplannen binnen de provincie.
“Dan werk je met dezelfde informatie, dezelfde voortgang en dezelfde knelpunten.”
.png)
Data werkt alleen als mensen het bijhouden
Tegelijkertijd ziet Koning ook een belangrijke zwakte in datagedreven werken. Data is alleen waardevol wanneer die actueel blijft.
“Voor heel veel mensen voelt het invullen en bijhouden van data nog als: oh ja, dat moet ik ook nog doen.”
Daarmee raakt ze een herkenbaar probleem binnen de bouwsector. Vrijwel iedereen onderschrijft het belang van digitalisering, maar in de praktijk ontbreekt vaak nog discipline in het beheer en actualiseren van informatie. “Als gegevens niet worden bijgehouden, dan werkt het systeem uiteindelijk niet meer.”
Volgens haar ontstaat echte verandering pas wanneer organisaties ook daadwerkelijk merken dat digitale samenwerking tijdwinst, betere afstemming en minder fouten oplevert. “Je doet het pas echt als je ziet dat het effect heeft.”
AI als hulpmiddel voor snellere processen
Naast BIM en datagedreven samenwerken ziet Koning ook duidelijke kansen voor AI binnen vergunningverlening en procesversnelling. Binnen Omgevingsdienst Haaglanden loopt momenteel een pilot waarbij AI wordt ingezet om vergunningaanvragen sneller te analyseren en beoordelen.
“Misschien kunnen straks tachtig procent van de aanvragen veel sneller worden beoordeeld.”
Volgens haar ligt daar grote potentie, juist omdat ook binnen overheden capaciteitstekorten toenemen. “We hebben niet alleen mensen tekort op de bouwplaats, maar ook mensen die projecten moeten beoordelen en vergunningen moeten verlenen.”
Tegelijkertijd waarschuwt ze ervoor om technologie niet als wondermiddel te zien. “Als je niet dezelfde basisvraag stelt, kun je juist méér langs elkaar heen gaan praten.” Daarmee raakt ze een ontwikkeling die volgens haar steeds relevanter wordt: technologie vraagt ook nieuwe kennis, nieuwe vaardigheden en betere vraagstellingen.
Koning trekt daarbij de vergelijking met een klassieke bouwfout.
“Als je vroeger een bestek had met de verkeerde berekening, dan stortte dat balkon echt wel van het gebouw af. Nu geldt hetzelfde voor AI. Als je de verkeerde vraag stelt, krijg je ook een verkeerd antwoord.”
Volgens Koning blijft menselijke controle daarom essentieel, juist nu technologie steeds sneller ontwikkelt.
.png)
Digitalisering als middel, niet als doel
Koning presenteert digitalisering nergens als een doel op zichzelf. Voor haar draait het uiteindelijk om maatschappelijke impact: meer woningen, betaalbare woningen en snellere realisatie.
“De techniek is belangrijk, maar uiteindelijk doen we dit zodat woningzoekenden een huis kunnen krijgen.”
Daarmee positioneert zij digitalisering veel breder dan alleen software of automatisering. Voor Zuid-Holland draait het uiteindelijk om slimmer organiseren van samenwerking, informatie en uitvoering. En precies daar ziet zij de komende jaren de grootste uitdaging voor de sector. “Goede bedoelingen zijn niet genoeg meer.”
Volgens Koning bevindt de bouwsector zich inmiddels op een kantelpunt. Niet omdat technologie ontbreekt, maar omdat uitvoering achterblijft.
“We moeten nu echt van goede bedoelingen naar realisatie.”
Binnen infrastructuurprojecten, waar de provincie wél als direct opdrachtgever optreedt bij wegen, bruggen en tunnels, ligt die rol anders. Daar speelt digitalisering binnen aanbestedingen en samenwerkingstrajecten een directere rol dan binnen woningbouw. Hoe de provincie daar omgaat met BIM, data en digitale samenwerking binnen projecten, komt mogelijk in een vervolggesprek aan bod.
Want plannen zijn er genoeg. Ambities ook. Maar zolang samenwerking, informatievoorziening en besluitvorming onvoldoende op elkaar aansluiten, blijft de uitvoering achter op de urgentie van de woningnood.
De technologie ontwikkelt zich ondertussen sneller dan ooit. De vraag is vooral of overheden, marktpartijen en processen snel genoeg mee veranderen om woningbouwversnelling daadwerkelijk mogelijk te maken.
De Nationale Woningbouwkaart laat daarbij zien hoe data en technologie steeds meer kunnen bijdragen aan inzicht, samenwerking en versnelling binnen de woningbouwopgave.
