FAAY: de ongemakkelijke waarheid achter digitalisering in de bouw
De bouw praat graag over BIM, data en digitalisering, maar volgens Monique de Vos van FAAY is het in de praktijk minder ver dan veel mensen denken. Vanuit congressen, netwerken en koplopers lijkt het soms alsof de sector breed in beweging is. Wie echter dagelijks met calculaties, productdata en productie te maken heeft, ziet een ander beeld. “BIM is voor heel veel best nog ver weg,” zegt De Vos. En precies daarin zit een ongemakkelijke waarheid voor de sector. Niet de technologie zelf is het grootste probleem, maar het feit dat nog te vaak wordt gedaan alsof de hele markt al klaar is voor een volgende stap.
Voor FAAY is dat geen theoretische discussie. Het familiebedrijf uit Vianen produceert al meer dan 50 jaar modulaire biobased wanden. Deze wanden worden ontwikkeld en geproduceerd in hun eigen fabriek in Vianen. Samen met 35 collega’s wordt er dagelijks gewerkt aan innovatieve bouwoplossingen die bijdragen aan een duurzame toekomst.
De Vos stapte halverwege de jaren negentig in het bedrijf en nam in 2005 samen met haar broer Mark Faay het stokje over als tweede generatie. Haar broer richt zich vooral op productie en productontwikkeling, zij op commercie, marketing en marktintroductie. Juist op dat snijvlak wordt digitalisering concreet. Niet als modewoord, maar als dagelijkse vraag: hoe zorg je dat productdata, calculaties en productie logisch op elkaar aansluiten, terwijl de keten daar lang niet altijd klaar voor is.
Niet de koplopers bepalen het echte tempo
Volgens De Vos wordt het tempo van digitalisering in de bouw nog te vaak beoordeeld vanuit de kopgroep. Grote aannemers en grotere organisaties met meer financiële ruimte en capaciteit kunnen makkelijker mensen vrijmaken voor BIM, innovatie en digitale ontwikkeling. Dat geeft een vertekend beeld. De echte opgave zit volgens haar juist bij de grote middengroep in de markt, en vooral bij het mkb.
“Niet alleen met de koplopers meegaan, maar je moet juist de achterblijvers mee zien te krijgen.”
Die uitspraak raakt een structureel probleem. Zolang een relatief kleine groep vooroploopt en een veel grotere groep nog in de beginfase zit, ontstaat er eerder een kloof dan een versnelling. Dat merkt FAAY direct in de dagelijkse praktijk. Voor sommige projecten worden nog steeds alleen pdf bestanden aangeleverd, waarna intern handmatig gemeten moet worden om tot een goede calculatie te komen. Dat kost tijd, vergroot de foutkans en staat haaks op de belofte van efficiënter werken. De Vos verwoordt het eenvoudig en scherp: “Wij moeten nauwkeurig calculeren, maar we krijgen geen nauwkeurige gegevens.”
Daarmee legt ze de vinger op een pijnlijk punt. Veel partijen willen wel profiteren van digitale nauwkeurigheid, maar leveren zelf nog onvoldoende digitale kwaliteit aan. Dat is geen detail. Dat is een ketenprobleem.
Voor een fabrikant is digitalisering vooral een productievraagstuk
Bij FAAY draait digitalisering niet in de eerste plaats om visualisatie op de bouwplaats, maar om de vertaling van informatie richting productie. Dat maakt de situatie wezenlijk anders dan bij een aannemer of architect. Een wand van FAAY is geen generiek bouwdeel, maar een maatproduct waarin technische keuzes, sparingen, frezingen en installaties exact moeten kloppen.
Daar zit meteen een van de grootste uitdagingen. Een model of tekening moet uiteindelijk bruikbaar zijn voor de productiestraat. Tussen een BIM model en een machine leesbaar bestand zitten nu nog te veel tussenstappen. En juist daar ligt voor FAAY de meeste winst. Niet in mooie digitale beloftes, maar in minder handelingen tussen ontwerp en productie.
Die uitdaging wordt groter door de manier waarop woningbouw en koperskeuzes vandaag vaak zijn georganiseerd. Op papier lijkt maximale keuzevrijheid logisch, maar in een prefab omgeving betekent iedere afwijking direct extra werk. Eén stopcontact meer of minder klinkt klein, maar kan voor FAAY al een andere productietekening en extra handelingen in het proces betekenen. Daardoor wordt bijna elke afwijkende wand uniek, en dat drukt op efficiëntie, foutkans en verwerkingssnelheid.
De Vos legt daarmee iets bloot waar in de sector nog te weinig over wordt gesproken. Iedereen roept om maatwerk en individualisering, maar zelden wordt eerlijk meegerekend wat dat betekent voor producenten verderop in de keten. Digitale modellen lossen dat niet vanzelf op. Zonder standaardisering blijft maatwerk duur en complex, ook in een digitaal proces.

Duurzaamheid maakt data nog belangrijker
Voor FAAY heeft niet alleen BIM impact gehad. Ook het groeiende duurzaamheidsvraagstuk heeft de afgelopen jaren veel veranderd. Biobased bouwen, milieudata, producteigenschappen, verpakkingsinformatie en certificeringen spelen een steeds grotere rol in aanbestedingen en uitvragen. Dat is commercieel relevant, maar legt ook druk op de interne organisatie.
Die informatie bestaat vaak al wel, maar staat niet centraal genoeg en niet in een vorm die je snel kunt gebruiken voor verkoop of ketenuitwisseling. De Vos beschrijft het als een zoektocht waarbij data uit allerlei hoeken van de organisatie moet worden gehaald om het compleet te krijgen. Precies daar wordt digitalisering voor een mkb fabrikant intensief. Niet omdat de noodzaak onduidelijk is, maar omdat het werk bovenop de bestaande uitvoering komt.
Dat maakt het verschil met grotere organisaties scherp zichtbaar. Een grote partij zet hiervoor een team klaar. Een bedrijf als FAAY moet het realiseren naast de lopende werkzaamheden. Dat vraagt niet alleen investering, maar ook discipline en scherpe prioriteiten.
De interne uitdaging begint bij gedrag
Ook intern strandt digitalisering volgens De Vos niet op techniek, maar op gewoonte. Papierloos werken klinkt logisch, maar raakt direct aan routines van mensen die al tientallen jaren op dezelfde manier werken. Dan krijg je precies de reactie die in veel organisaties opduikt: het gaat toch goed zo.
Dat maakt de uitdaging groter dan alleen een nieuw systeem invoeren. De mindset moet mee, maar daarna moet het in de praktijk ook echt werkbaar blijken. Anders slaat de twijfel direct terug. Voor FAAY is dat extra voelbaar, omdat het niet alleen gaat om administratie of documentbeheer, maar ook om de vraag hoe modellen, data en machine aansturing beter op elkaar kunnen aansluiten.
Toch blijft de richting helder. FAAY wil minder papier, minder losse handelingen en een sterkere koppeling tussen model, data en productie. Niet om te digitaliseren omdat het hoort, maar omdat het intern echt efficiëntie moet opleveren.
Technologie zoals AI is interessant, maar alleen met een duidelijke bedoeling
Op het gebied van technologie zoals AI is De Vos nuchter. Ze ziet de relevantie, maar ook de afstand tussen potentie en toepassing. Binnen veel organisaties blijft AI nog hangen op het niveau van teksten verbeteren of iets opzoeken. Tegelijk ziet zij duidelijk dat het veel meer kan betekenen, ook voor een bedrijf als FAAY. Niet meteen in de meest complexe toepassingen, maar juist in dagelijkse processen zoals mailverkeer en ondersteuning van interne communicatie.
Daar ligt volgens haar wel een voorwaarde onder. Mensen moeten eerst begrijpen wat het kan, voordat ze alleen in risico’s gaan denken. Dat sluit aan op haar bredere visie op digitalisering. Begin niet met technologie om de technologie, maar met een duidelijk doel.
“Je moet wel een hele duidelijke doelstelling hebben,” aldus De Vos.
En misschien is haar scherpste uitspraak wel de simpelste: “Doen omdat iedereen het doet, dat vind ik altijd zo’n onzin.” Daarmee zet ze zich af tegen een vorm van oppervlakkige digitalisering die in veel organisaties voorkomt. Te veel bedrijven roepen dat ze moeten digitaliseren, maar kunnen niet scherp uitleggen waarom, waarvoor en met welk beoogd resultaat.

Conclusie
Het verhaal van FAAY laat zien dat digitalisering in de bouw veel minder lineair is dan vaak wordt voorgesteld. Voor een fabrikant draait het niet alleen om modellen, maar om data die klopt, processen die aansluiten op productie, bestanden die efficiënt kunnen worden ingelezen door de productiestraat en keuzes in de keten die niet telkens tot extra complexiteit leiden.
Juist daarom is de les van Monique de Vos zo waardevol. Niet de technologie zelf bepaalt het succes, maar de helderheid van het doel en de bereidheid om de hele keten daarin mee te nemen. Voor organisaties die nog aan het begin staan van hun digitale transformatie is haar boodschap opvallend bruikbaar. Formuleer eerst wat je wilt bereiken. Kijk daarna pas welke middelen daarbij passen.
Want wie digitaliseert zonder duidelijke richting, loopt het risico veel energie te steken in iets dat vooral drukte oplevert, maar te weinig echte vooruitgang. En precies daar zit de echte vraag voor de sector. Niet of digitalisering belangrijk is, maar of organisaties bereid zijn om er eindelijk gerichter en eerlijker naar te kijken.
Ander nieuws
Dalux Summit 2026 brengt digitale bouwpraktijk samen in Kopenhagen
NTI Group neemt DiRoots over: BIM automatisering krijgt grotere internationale slagkracht
Hercuton: digitalisering in de bouw vraagt om ketensamenwerking