BIM Bouwkunde: digitalisering in de bouw blijft mensenwerk

Nieuws
Datum nieuws
19 mei 2026
Type nieuws
Interview
Categorie BIM nieuws
Adviesbureau, Ingenieursbureau
Vaardigheden BIM nieuws
Artificial Intelligence (AI), BIM software, BIM visie, Model checking, Visualisatie
BIM Register nieuwsbrief
Neem contact op met het bedrijf
Inhoudsopgave

De bouw digitaliseert, maar niet op de manier waarop veel mensen het graag uitleggen. Wie van buitenaf kijkt, ziet 3D modellen, BIM software en steeds meer technologische hulpmiddelen. Wie van binnenuit kijkt, ziet vooral iets anders: een sector die nog altijd sterk leunt op ervaring, gevoel en mensen die weten waar het mis kan gaan voordat iemand anders het überhaupt ziet. Precies daar zit volgens Fred Berg de kern. Digitalisering is belangrijk, maar het verandert niets aan het feit dat de bouw uiteindelijk mensenwerk blijft.

Fred Berg weet precies waar die spanning zit. Als manager bij Studio VVKH en directeur van BIM Bouwkunde beweegt hij zich al decennialang op het snijvlak van ontwerp, technische uitwerking en digitalisering. Hij werkt al sinds 1985 bij VVKH architecten en richtte in 2019 BIM Bouwkunde op. In die periode maakte hij de volledige overgang mee van tekentafel naar AutoCAD, van 2D naar Revit en van losse technische uitwerking naar integraal samenwerken in modellen. Daardoor kijkt hij met meer realisme naar digitalisering dan veel partijen die vooral over innovatie praten. Volgens Berg is de bouwsector ondanks alle technologische vooruitgang nog altijd sterk behoudend van aard.

BIM Bouwkunde ontstond uit een duidelijke verschuiving in de markt

De aanleiding voor BIM Bouwkunde lag niet in een modieuze behoefte om iets nieuws neer te zetten. Volgens Berg was het veel praktischer. Binnen VVKH was veel bouwtechnische kennis aanwezig, maar in de markt zag hij dat steeds meer architectenbureaus juist afstand namen van die technische diepgang. Ze richtten zich vooral op ontwerp en vergunningen, terwijl de technische uitwerking steeds vaker ergens anders terechtkwam.

Daar ontstond ruimte. BIM Bouwkunde werd opgezet om juist die bouwkundige en technische expertise ook voor andere architectenbureaus en aannemers in te zetten. Niet als theoretisch adviesbureau, maar als partij die ontwerpen technisch uitwerkt en vertaalt naar uitvoerbare informatie. Voor architecten die die capaciteit niet meer in huis hebben en voor aannemers die na de vergunning verder moeten met een plan dat ook echt gebouwd kan worden.

Tegelijkertijd speelde ook een zakelijke realiteit mee. Tijdens de crisisjaren werd duidelijk hoe kwetsbaar de werkvoorraad kon zijn wanneer projecten vertraging opliepen of stilvielen. BIM Bouwkunde was daarmee ook een strategische manier om continuïteit te creëren, gaten op te vullen en technische capaciteit breder inzetbaar te maken.

Niet de software, maar de samenwerking bepaalt het niveau

Wie verwacht dat Berg digitalisering vooral benadert als een technisch vraagstuk, zit ernaast. De grootste uitdaging zit volgens hem niet in computers of programmatuur. Die zijn inmiddels goed genoeg. De echte opgave zit in de samenwerking tussen partijen.

Dat is een wezenlijk punt. BIM werkt pas echt wanneer architect, constructeur, aannemer en installateur bijdragen aan hetzelfde proces. En precies daar loopt het in de praktijk nog niet altijd soepel. Berg ziet dat architecten en constructeurs over het algemeen goed meebewegen. Ook aannemers zijn daar volgens hem steeds vaker klaar voor. Maar installateurs blijven nog regelmatig achter, terwijl hun rol juist steeds belangrijker wordt door verduurzaming, elektrificatie en de toenemende technische complexiteit van gebouwen.

Daarmee legt hij een structureel probleem bloot. De sector spreekt graag over BIM, maar noemt al snel alles BIM wat in 3D wordt getekend. Berg maakt daar bewust een duidelijk onderscheid in. “Op het moment dat je echt met de constructeur in één model bezig bent of met aspectmodellen en met de installateur, dan ben je echt aan het BIM’en.” Die uitspraak is scherp, maar terecht. Niet ieder 3D model is automatisch BIM.

2D is niet fout, maar wel kwetsbaar

Wat Berg interessant maakt als gesprekspartner, is dat hij niet vervalt in simpele tegenstellingen. Hij zegt niet dat 2D per definitie slecht is. Integendeel. Hij erkent dat een ervaren professional met een pdf of een 2D detail nog steeds heel efficiënt kan werken, soms zelfs indrukwekkend efficiënt. Wie jarenlang is opgegroeid met platte tekeningen, kan daar in zijn hoofd direct een ruimtelijk beeld van maken en ziet vaak razendsnel waar iets fout dreigt te gaan.

Daarmee legt hij een nuance bloot die in veel digitaliseringsverhalen ontbreekt. Het probleem is niet dat die werkwijze waardeloos is. Het probleem is dat die werkwijze extreem afhankelijk is van individuen. Zodra die ervaring wegvalt, valt ook een deel van de kwaliteit, snelheid en zekerheid weg. En dat is precies waar de sector kwetsbaar wordt, zeker in een tijd van vergrijzing en kennisverlies. Berg benoemt dat zonder omhaal: “Sommige dingen doe je ook met gevoel. En gevoel is slecht over te dragen.”

Juist daarin wordt digitalisering een noodzaak. Niet omdat oude werkwijzen per definitie fout zijn, maar omdat de sector processen nodig heeft die overdraagbaar, schaalbaar en toekomstbestendig zijn.

Waarom BIM Bouwkunde altijd in 3D werkt

Juist daarom kiest BIM Bouwkunde er bewust voor om altijd in 3D te werken, ook bij kleinere opdrachten zoals aanbouwen. Niet omdat elk project per se een volledig BIM traject moet worden, maar omdat 3D modelleren volgens Berg in de praktijk meer grip geeft. Een 2D uitwerking vraagt meer controle, meer afstemming tussen aanzichten en meer kans op fouten. In een model is de samenhang direct zichtbaar.

Die keuze is opvallend, omdat veel kleinere bureaus digitalisering nog steeds vooral koppelen aan grote woningbouw of utiliteitsprojecten. Berg kijkt daar heel anders naar. Voor hem is het juist bij kleine projecten logisch om het goed te organiseren. Niet als prestige, maar als praktische werkwijze die tijd bespaart en fouten voorkomt.

Daar komt nog iets bij dat vaak wordt onderschat: werkplezier. Dat klinkt misschien licht, maar is het niet. Berg zegt daarover heel eenvoudig: “Het is gewoon leuker.” En daarin zit meer waarheid dan veel organisaties willen toegeven. Mensen gaan sneller mee in een nieuwe werkwijze als ze merken dat die niet alleen beter is, maar ook prettiger werkt.

Verandering vraagt trekkers, geen leeftijdslabel

Een van de sterkste observaties uit het gesprek is dat digitale verandering niet automatisch van jonge medewerkers komt. Berg zag in zijn eigen praktijk juist het omgekeerde. Terwijl sommigen bleven hangen in oude routines, was hij zelf degene die zich in nieuwe tools vastbeet, Revit in zijn avonduren leerde en vervolgens anderen meenam.

Daarmee haalt hij een hardnekkig cliché onderuit. Leeftijd bepaalt volgens Berg niet of iemand meegaat in digitalisering. Interesse, nieuwsgierigheid en bereidheid doen dat wel. “Het heeft gewoon met interesse te maken.” Berg verheerlijkt de nieuwe generatie niet en schrijft de oudere ook niet af. Hij kijkt simpelweg naar gedrag.

Voor organisaties is dat een belangrijke les. Digitale transformatie begint niet bij leeftijdsopbouw of functietitels, maar bij mensen die vooruit willen en de rest durven mee te trekken.

Het Albert Schweitzer ziekenhuis liet de meerwaarde zien

Een concreet project waarin de kracht van integraal samenwerken zichtbaar werd, was het werk aan het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht. Daar werd samengewerkt met constructeur en installateur in een modelomgeving waarin vooral de installaties een grote rol speelden. Juist in zo’n project wordt duidelijk hoeveel problemen je kunt ondervangen voordat ze op de bouwplaats ontstaan.

Volgens Berg werden veel knelpunten al in het model opgelost. Dat voorkwam dat teams buiten op de bouw voortdurend tegen dezelfde fouten zouden aanlopen. Exacte eurobedragen hangen daar moeilijk aan, erkent hij zelf, maar de winst zit volgens hem niet alleen in geld. Minder fouten betekent ook minder frustratie, minder spanning op de bouw en meer rust in het proces. Dat is geen bijzaak. Dat is projectkwaliteit.

AI gaat versnellen, maar niet zonder richting

Voor de komende vijf jaar ziet Berg één ontwikkeling die echt verschil gaat maken: AI. Niet omdat het alles overneemt, maar omdat het nu al taken versnelt die veel tijd kosten. Hij gebruikt het zelf bijvoorbeeld voor werkplannen en ziet hoe sterk de output kan zijn als de input goed is.

Ook daar blijft hij nuchter. AI werkt alleen als iemand goed kan uitleggen wat er nodig is. De tool vervangt dus niet het denkwerk, maar versterkt het. Dat maakt AI geen wondermiddel, maar wel een serieuze versneller voor partijen die weten wat ze doen.

Conclusie

BIM Bouwkunde laat zien dat digitalisering in de bouw geen simpel verhaal is van oud tegenover nieuw. 2D kan nog steeds werken. Ervaring blijft van grote waarde. Maar een sector die te afhankelijk blijft van individuele kennis maakt zichzelf kwetsbaar.

Precies daarom blijft digitalisering mensenwerk. Niet omdat technologie tekortschiet, maar omdat de echte kwaliteit nog altijd ontstaat in de manier waarop mensen samenwerken, kennis delen en bereid zijn om te veranderen. Voor organisaties die verder willen, ligt daar de kern. Niet alleen investeren in tools, maar in overdraagbaarheid, samenwerking en mensen die de beweging durven trekken.

Want uiteindelijk bepaalt software niet of een project goed loopt.

Dat doen de mensen die ermee werken.

#replace title#