- Home
- Nieuws
- Waar vroeger tekeningen over de schutting gingen, gaat nu het datamodel over de schutting
Waar vroeger tekeningen over de schutting gingen, gaat nu het datamodel over de schutting
KUBUS over dertig jaar digitalisering, BIM-retoriek versus bouwpraktijk, en waarom samenwerking in de keten nog steeds vastloopt
Naast het kantoor van KUBUS in Eindhoven verrijst een appartementencomplex van 26 woningen. Het ontwerp is volledig als BIM-model uitgewerkt. De aannemer werkt nog gewoon met platte tekeningen. Geen computer op de bouwplaats, geen digitale kwaliteitscontrole, niets
Dat beeld, een traditionele bouwplaats in de schaduw van het bedrijf dat al dertig jaar de digitalisering van de bouw probeert te versnellen, zegt meer over de staat van de sector dan welk marktrapport dan ook.
Ronald de Graan is directeur Archicad bij KUBUS, het Eindhovense softwarebedrijf achter Archicad en BIMcollab. KUBUS vertegenwoordigt Archicad in Nederland, ontwikkelde met BIMcollab een eigen platform voor issuemanagement en modelkwaliteit, en bediende in 2024 wereldwijd zo’n 65.000 gebruikers in 59 landen. De Graan studeerde architectuur aan de TU Delft en werkte zestien jaar als architect voordat hij bij KUBUS instapte. Die combinatie verklaart waarom De Graan anders naar BIM kijkt dan veel pure softwareleveranciers.
En toch: naast zijn kantoor bouwen ze met tekeningen.
De markt zit vast in een tussenfase
“We willen altijd sneller en we denken dat we sneller gaan dan dat we daadwerkelijk doen.”
Ronald de Graan
Dat is de kern van zijn diagnose. De bouwsector heeft BIM breed geaccepteerd als begrip, als verkoopargument en stap voor stap steeds vaker als vereiste in aanbestedingen. Maar de manier van werken is een stuk minder radicaal veranderd dan de retoriek doet vermoeden. De meerderheid van de markt werkt nog steeds primair met documenten. Modellen worden gemaakt, maar niet als levende informatiebron gebruikt. Data wordt toegevoegd op verzoek van anderen, maar niet vanuit eigen proceslogica.
“Waar vroeger de tekeningen over de schutting werden gegooid, is het nu het datamodel.”
Ronald de Graan
Dat is geen subtiel probleem. Het betekent dat de fundamentele werkwijze onveranderd bleef: een partij levert op, de volgende begint opnieuw. Feedbackloops, hergebruik van data, gezamenlijke doorontwikkeling van informatie, het blijft grotendeels uit.
Dat dit geen theoretische analyse is, bewijst de praktijk bij grote Europese ingenieursbureaus. AFRY, een internationaal engineeringbedrijf met 18.000 experts, liep in 2018 precies tegen deze muur aan. Het bedrijf werkt aan infrastructuurprojecten die zich soms uitstrekken over meer dan dertig kilometer. Denk aan spoorlijnen, tunnels en snelwegen waarbij meer dan twintig disciplines en softwaretools betrokken zijn. Native bestandsformaten creëerden harde grenzen tussen die tools: een model uit het ene pakket was in het andere niet te vertrouwen. AFRY trok uiteindelijk een harde conclusie: "Zolang je IFC levert, kun je werken zoals je wilt. De tool mag niet bepalen hoe wij samenwerken." Geen filosofische keuze, maar een praktische noodzaak

Coördinatie kost tijd die niemand telt
De praktische kosten van slecht georganiseerde BIM-coördinatie zijn meetbaar. BIMBox, een Britse digitale bouwconsultancy, documenteerde het als volgt: bij 500 clashgroepen kostte het handmatig lokaliseren, viewpoints openen, snedes maken en communiceren gemiddeld vijf minuten per groep. Opgeteld: ruim 42 uur. Bijna vijf volledige werkdagen voor coördinatiewerk alleen. Na implementatie van gestructureerd issuemanagement daalde diezelfde werklast naar circa negen minuten totaal.
De tijdswinst is niet het punt. Het punt is dat 42 uur coördinatietijd per project structureel onzichtbaar was. Niemand telde het. Het zat verstopt in e-mailthreads, Navisworks-exports en vergadertijd. Dit is het patroon dat De Graan herkent: organisaties die investeren in BIM-software, maar de proceskosten van slechte coördinatie nooit in kaart brengen.
Software kopen is iets anders dan veranderen
“We kopen de software, we sturen iedereen op een cursus en that’s it. En nu moet het alleen nog gaan vliegen.”
Ronald de Graan
De Graan vergelijkt het met de aanschaf van nieuwe CRM-software binnen zijn eigen organisatie. Dat begint niet te werken op het moment van installatie. Het vraagt inrichting, terugkoppeling, bijsturing en discipline over langere tijd. In een markt die volledig op abonnementsmodellen draait, stopt een klant die geen resultaat ziet gewoon met betalen.
“Wat heel normaal is in de softwarewereld is een continue feedbacklus. Wat is hier misgegaan, wat moeten we voortaan niet meer doen? Dat gebeurt in de bouw vrijwel niet.”
Ronald de Graan
.png)
Standaardisering is niet hetzelfde als automatisering
Een van de sterkste punten in het gesprek is De Graans kritiek op het idee dat de bouw efficiënter wordt door meer te standaardiseren. Als voorbeeld noemt hij zijn laatste ontwerp als architect: een gebouw met 36 houten spanten waarvan er niet één hetzelfde was. Voor een aannemer klinkt dat als complexiteit. Maar omdat alle spanten volledig in BIM gemodelleerd waren en rechtstreeks naar de CNC-machine konden, was het maakproces volledig geautomatiseerd. Elk onderdeel uniek, nul procent materiaalverlies, allemaal passend op de bouw.
“Er zit een groot verschil tussen automatisering en standaardisering. Dat betekent niet dat er aan het eind uit die fabriek een standaard woning moet rollen die steeds hetzelfde is.”
Ronald de Graan
Dat raakt direct aan de woningbouwopgave: het pleidooi voor woonfabrieken hoeft niet te betekenen dat er eenheidswoningen uit rollen. De efficiëntiewinst zit in het procesontwerp, niet in het elimineren van variatie.
AI als onderlaag, niet als vervanging
Over AI is De Graan helder: het is geen hype, maar het lost de bestaande problemen niet op zolang de onderliggende data en processen niet op orde zijn. Wat AI wél doet, is repetitief werk radicaal versnellen. Modelcontrole, kwaliteitschecks, IFC-validatie, het handmatig doorlopen van honderden elementen. Dat kan steeds vaker in seconden.
Intern gebruikt KUBUS AI al een half jaar actief in de support. Meer dan 60 procent van de klantvragen wordt afgehandeld door twee AI-assistenten. Mies voor Archicad, Klara voor BIMcollab. Niet goedkoper, maar meer capaciteit met hetzelfde team. Elke twee maanden organiseert KUBUS een interne AI-hackathon om bij te blijven in een ontwikkeling die, naar eigen zeggen, nauwelijks te volgen is.
BIM is niet af
De vraag of BIM zijn hoogtepunt heeft bereikt, beantwoordt De Graan met een praktijkvoorbeeld. Het ontwerp werd volledig in BIM uitgewerkt, maar op de bouwplaats werd nog grotendeels gewerkt met papieren tekeningen. Van iPads of digitale kwaliteitscontroles was nauwelijks sprake.
“Ik denk dat BIM nog niet op de helft is,” zegt hij. Dat is geen uitspraak die voortkomt uit optimisme, maar uit observatie van de praktijk. De koplopers praten over AI, digital twins en geautomatiseerde regeltoetsing. De meerderheid van de markt gebruikt BIM nog primair als geavanceerd tekenpakket. De kloof tussen die twee groepen is groter dan de sector zichzelf toestaat te erkennen.
Wat dat betekent voor partijen die wél voorop lopen: de lat moet liggen waar hij hoort. Niet bij het model, maar bij wat er met de data in dat model wordt gedaan. Niet bij de software, maar bij het proces erachter. Zolang het datamodel nog steeds over de schutting gaat, blijft BIM voor een groot deel digitaal tekenwerk in een nieuw jasje.
Wat dit beeld óók laat zien, is dat de beweging er wel degelijk is, alleen minder zichtbaar en minder lineair dan vaak wordt aangenomen. De voorlopers laten inmiddels zien dat het anders kan: projecten waarin data niet stopt bij overdracht, maar door de keten blijft bewegen, en waarin coördinatie geen verborgen kostenpost meer is maar een integraal onderdeel van het proces. De technologie is daarin steeds minder de beperkende factor. De vraag is vooral wie bereid is om het proces eromheen echt anders te organiseren. Voor die partijen is de stap van digitaal tekenen naar datagedreven bouwen geen vergezicht meer, maar een logische volgende stap.