BIM als digitale thermometer voor betere ontwerpen
Terwijl de bouwsector spreekt over BIM, AI en datagedreven werken, worden cruciale controles, vergunningen en adviezen nog altijd teruggebracht naar pdf’s, screenshots en handmatige verificaties. Martin Vrielink, leider van het werkveld digitalisering binnen Nieman Raadgevende Ingenieurs, legt uit waar de echte bottleneck zit.
“Het liefst zou je een digitale thermometer in een ontwerp steken, waarna je direct ziet of het ontwerp voldoet aan het programma van eisen en de bouwregelgeving,” zegt Vrielink. “Daar werken wij naartoe.”
Die thermometer vormt de kern van hoe Nieman BIM inzet. Niet als kwantificeerbaar 3D-model, maar als bron voor geautomatiseerde bouwfysische en installatietechnische berekeningen, analyses en prestatiecontroles.

3D-modellen genoeg, bruikbare data te weinig
In theorie werkt de bouwsector steeds meer met BIM. In de praktijk ontvangt Nieman nog regelmatig pdf’s, dwg-bestanden of 3D-modellen waarin nauwelijks bruikbare objectinformatie zit. Dit speelt vooral in de vroege ontwerpfases, juist het moment waarop snelle toetsing veel waarde kan toevoegen.
“Als wij een SketchUp- of Rhino-model krijgen met alleen vlakken en lijnen, dan kunnen wij daar weinig mee, behalve de geometrie handmatig opmeten, precies wat we niet meer willen,” zegt Vrielink.
Volgens hem zit het grootste probleem niet in de software, maar in wat partijen daadwerkelijk aanleveren en welke eisen opdrachtgevers daar in een vroege fase aan stellen. “Hoewel we vaak bruikbare modellen ontvangen, zijn we nog te reactief in het vooraf bepalen of deze modellen daadwerkelijk inzetbaar zijn.”
Die reactieve houding is op zichzelf verklaarbaar. In de vroege ontwerpfase is vaak nog niet precies duidelijk welke analyses nodig zijn en welke modelinformatie daarvoor beschikbaar moet zijn. Om een goed model te maken, heb je analyses nodig. Maar om analyses goed uit te voeren, heb je weer een bruikbaar model nodig. Die wisselwerking zorgt ervoor dat digitale gebouwanalyses in de vroege ontwerpfase nog vaak blijven hangen.
De enige manier om die cirkel te doorbreken, is beginnen met eenvoudige maar bruikbare BIM-modellen. Voor veel analyses heeft Nieman namelijk geen extreem gedetailleerd model nodig. Juist dat maakt de situatie wrang. Voor bijvoorbeeld een geautomatiseerde brandoverslagberekening zijn vaak alleen deuren, vloeren, ramen en kozijnen nodig. Maar dan wel als herkenbare BIM-objecten, niet als losse vlakken en lijnen.
Zelfs die basis ontbreekt regelmatig in vroege ontwerpfases. Daardoor blijven adviseurs informatie opnieuw handmatig produceren, terwijl die informatie op een ander moment in het proces vaak al digitaal is toegevoegd.

AI moet niet rekenen, AI moet tools bouwen
Waar veel organisaties AI vooral benaderen als slimme assistent of generatieve ontwerpsoftware, kijkt Nieman er fundamenteel anders naar.
“AI moet voor ons niet in een black box de berekeningen doen. Voor ons werk moet iets reproduceerbaar zijn; het moet 100% correct en controleerbaar blijven.”
Volgens Vrielink ligt de echte impact ergens anders. Niet AI als rekenmeester, maar AI als bouwer van geavanceerde én controleerbare tools. Onze developers gebruiken AI om sneller rule-based software te schrijven die BIM-modellen uitleest en de berekeningen uitvoert. AI zit dus een stap eerder in het proces. De uitkomst blijft altijd controleerbaar en reproduceerbaar.
Binnen Nieman ontwikkelen programmeurs onder andere tools die Revit- en IFC modellen uitlezen, analyseren en verrijken. Denk bijvoorbeeld aan berekening van daglicht, BENG, MPG, ventilatie, geluidwering en brandoverslag. Waar vroeger grote delen herhaaldelijk handmatig werden opgemeten van 2D-dwg’s, wordt informatie nu direct uit modellen gedestilleerd.
“Waar onze specialisten vroeger 80% van hun tijd bezig waren met opmeten en 20% met adviseren, draaien we dat nu om.”
De sector digitaliseert het model, niet de controleerbaarheid
Nieman heeft tooling ontwikkeld waarmee bouwfysische berekeningen grotendeels geautomatiseerd worden uitgevoerd vanuit IFC-modellen. Glasoppervlakken, belemmeringen en projecties worden automatisch bepaald door de geometrie te destilleren tot precies wat je nodig hebt voor elke berekening specifiek, op basis van de bijbehorende normen.
Toch eindigt die digitale workflow vaak alsnog als pdf.
“Wij draaien het nu nog vaak weer uit naar pdf.”
Niet omdat Nieman dat technisch nodig heeft, maar omdat de rest van de keten nog steeds op documenten leunt. Gemeenten, opdrachtgevers en projectteams willen kunnen zien waar welke informatie vandaan komt en moet worden toegepast.
“Vertrouwen en controleerbaarheid. Daar draait het uiteindelijk om, om de implementatie ook voor elkaar te krijgen.”
De techniek ontwikkelt sneller dan organisaties hun controlemechanismen aanpassen. Het model is digitaal geworden, maar de manier waarop de sector zekerheid organiseert nog nauwelijks.

Digitalisering vraagt controleerbaarheid
Volgens Vrielink loopt digitalisering in de bouw niet zozeer vast op techniek dan op menselijk gedrag, angst voor controleverlies en onkunde binnen organisaties.
Nieman stapte intern over van 2D-workflows naar Revit-gebaseerde processen. Tegelijkertijd moesten medewerkers leren werken met nieuwe tooling, dashboards en modelcontroles. “De implementatie focust zich vooral op nieuwe mensen die binnenkomen. Zij zijn digitaal vaardig. Voor projectleiders die jarenlang anders gewerkt hebben, is die stap veel groter.”
Dat verklaart ook waarom veel organisaties wel investeren in BIM-software, maar processen en contractvorming nauwelijks veranderen.
Goed model, lagere prijs
Nieman wil toewerken naar een situatie waarin opdrachtgevers financieel verleid worden om goede modellen aan te leveren.
“Als je geen model aanlevert, betaal je meer. Lever je wel een goed model aan, dan kan het goedkoper.”
Martin Vrielink
Dat raakt een oud spanningsveld binnen BIM. De modellerende partij investeert extra tijd en structuur in het model, terwijl de efficiëntiewinst vaak later in de keten ontstaat.
“Wie is uiteindelijk de BIM-profiteur?” vraagt Vrielink zich hardop af.
Volgens hem blijft de bouwsector te vaak hangen in modelleren als doel op zich, terwijl de echte waarde pas ontstaat wanneer informatie herbruikbaar wordt voor analyses, berekeningen en besluitvorming.

De Nieman thermometer
De technologie om ontwerpen digitaal en datagedreven te adviseren is er bij Nieman al. De uitdaging is vooral om die eerder in het ontwerpproces te gebruiken, wanneer keuzes nog eenvoudig kunnen worden aangepast.
Nieman vraagt naar eenvoudige, bruikbare BIM-modellen die precies genoeg informatie bevatten om analyses mogelijk te maken. Niet een volledig uitgewerkt model, maar een model waarin basiselementen zoals deuren, vloeren, ramen en kozijnen als herkenbare BIM-objecten beschikbaar zijn.
Daarmee verschuift BIM ten slotte van een model dat vooral iets laat zien, naar een model dat ook iets kan vertellen: over daglicht, brandoverslag, energieprestatie, thermische kwaliteit of andere regelgeving. “We zijn immers nu al in staat onze conclusies en adviezen in het model te plaatsen en daarmee de modellen met onze kennis te verrijken!”
“Het liefst steek je een thermometer in het ontwerp en zie je direct waar het wel of niet voldoet aan de gestelde eisen.”
De waarde van BIM zit dus niet in het 3D-model zelf, maar in de informatie die eruit te halen is. Pas als die informatie vroeg, eenvoudig en betrouwbaar beschikbaar komt, wordt digitalisering echt bruikbaar voor beter én sneller ontwerpen.
Ander nieuws
Archicad 30: de beste ontwerpervaring
Pieter Salemink hoe Systems Engineering en BIM samen meer structuur, grip en transparantie creëren in projecten
BIM4ALL: "Zonder visie brand je alleen tokens weg"